Duinen en stuifzanden

Duinen
Procesbeheer is een onmisbare schakel in een landschappelijk verantwoord en duurzaam natuurbeheer. Pim Jungerius startte in 1975 het procesonderzoek van de duinen aan de Universiteit van Amsterdam. Dit onderzoek richt zich op de duinvormende processen van wind en water. Het dient ter ondersteuning van het beheer: waar en hoe kan de duinbeheerder deze processen sturen?

  • In 2008 organiseerden wij een EU-TAIEX workshop "on sea-level rise and climate change - changing processes and sustainable management of the low-lying coasts of the Baltic states, Poland and Russia" in Palanga, Litouwen. In een Taiex workshop wisselen specialisten van de nieuwe Europese landen ervaringen uit met hun collega's van de gevestigde landen. wordt door de EU gefinancierd. Over de bijdrage van Jungerius verscheen een artikel "Dune development and management, geomorphological and soil processes, responses to sea level rise and climate chage" in BALTICA 21, 1-2, 2008: pp 13-23. 
  • Onder redactie van I.P. Martini en M. Panizza brengte Springer Verlag een boek uit over "Landscapes and Societies". Daarin komt ons hoofdstuk over "Sea level rise and the response of the Dutch people. Adaptive strategies based on geomorphological principles give sustainable solutions".

Eerdere projecten waaraan we (mee)werkten zijn:

  • Paraboliseringsexperiment Ameland met dr.ir. John van Boxel, waarbij de ontwikkeling van een paraboolduin uit een kunstmatige kerf in een vroegere zeereep gedurende een aantal jaren is gevolgd, een project met RWS en de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek bevestigde wat je steeds weer vindt: aan het eind van de kerf valt de wind weg en vormt zich een duin die al het zand opvangt. De

 

  • Zeereep Texel: hoe ontwikkelt zich een zeereep die niet meer door de mens wordt beheerd? met RWS en Bureau Arens voor Strand- en Duinonderzoek.

 

  • Duinen in de schilderkunst: kunnen vroegere schilders van duinen ons iets leren over geomorfologische processen van duinvorming? met Huigen Leeflang van het Rijksmuseum. 

Stuifzanden
In het afgelopen decennium heeft G & L veel ervaring opgedaan met onderzoek en reactivering van stuifzanden. Van dit vroeger algemene landschap van de Europese zandgordel is minder dan 1% nog actief. Dit restant ligt vrijwel geheel in Nederland. Voor deze 'atlantische woestijn' met zijn speciale aan het extreme klimaat aangepaste flora en fauna heeft ons land een Europese zorgplicht (Habitattype 2330). Het onderzoek is grotendeels uitgevoerd in het kader van het OBN programma (Overlevingskans Bos en Natuur) van het Ministerie LNV, in samenwerking met ecologen van het Deskundigen Team Droge Duinen en Stuifzanden en geomorfologen van Alterra/WUR. Het heeft tot geheel nieuwe inzichten geleid in het ontstaan en historisch functioneren van stuifzanden, inzichten die wezenlijk zijn voor het opstellen van duurzame en kansrijke beheersadviezen.

 
Lopende stuifzandprojecten:

  • Vooronderzoek Herstel Stuifzanden Landgoed Bornia i.o.v. De Bosgroep Midden Nederland voor het Utrechts Landschap, met Michel Riksen en André Aptroot.
  • Vooronderzoek naar herstel van de Hooge heide op landschapsschaal, voor de Bosgroep Zuid-Nederland i.o.v. De gemeente 's-Hertogenbosch, Brabant Water en Brabants Landschap. Medewerking verlenen André Aptroot (pioniervegetatie), Piet de Jongh (historische kaarten en draagvlak), Annemieke Kooijman (bodems) , Gerard Koopmans (bossen), Karel Leenders (cultuurhistorie), Bert Maes (eikenstrubben), Theo Peeters (fauna) en Michel Riksen (geomorfplogie en bodems).

preview Splashdrift: transport door regendruppelinslag tijdens storm

Afgesloten stuifzandprojecten zijn:

  • Onderzoek voor de toepassing van Effectgerichte Maatregelen in het stuifzandlandschap van het Hulshorster Zand, in opdracht van de Vereniging Natuurmonumenten, met bijdragen van André Aptroot, Peter Boer, Peter Jan Keizer, Gerard Koopmans, Jinze Noordijk, Hans Raaijmakers, Michel Riksen, Richard Truijk en Leidje Verkerk.
  • Vooronderzoek voor het herstel van de zandverstuiving Rozendaalse Zand, gemeente Rheden, met André Aptroot, Rita Ketner-Oostra, Stichting Bargerveen en Michel Riksen, voor de Bosgroep Midden Nederland. Dit project is inmidddels met succes uitgevoerd: er val weer een echte zandverstuiving te bewonderen.
  • Kansrijkdom van stuifzandherstel op de Oirschotse Heide, Ministerie van Defensie
  • Onderzoek voor het herstelplan van de zandverstuivingen Lange en Korte Duinen bij Soest, met Rita Ketner-Oostra, Stichting Bargerveen en WUR, voor de Bosgroep Midden Nederland. Het project is in uitvoering.
  • Beheer- en inrichtingsvisie Loonse en Drunense Duinen, voor Ten Haaf & Bakker en Vereniging Natuurmonumenten. Het project is in uitvoering. 


  • Evaluatie van de resultaten van de Effectgerichte Maatregelen 1992-1993 op de geomorfologie van het Wekeromse Zand, voor Het Geldersch Landschap.
  • Vooronderzoek voor het herstel van de zandverstuivingen Lemelerberg en Beerze, met Rita Ketner-Oostra voor de korstmossen en de Stichting Bergerveen voor de fauna, in opdracht van Landschap Overijssel.
  • De ontwikkelingsmogelijkheden van stuifzanden op de Weerterheide/Boshoverheide, voor DGW&T, Ministerie van Defensie.
  • Herstel en bevordering van zandverstuiving op De Haere (De Zoom), voor Het Geldersch Landschap.
  • Vooronderzoek herstel stuifzanden gemeente Bergen (Limburg) met Rita Ketner Oostra en Ecologisch Advies en Onderzoeksbureau Everts en de Vries, voor Stichting De Marke en gemeente Bergen (Li). Delen van het project zijn inmiddels met succes uitgevoerd.


  • Enquête stuifzandbeheerders en geomorfologische teksten voor het Preadvies Stuifzanden, een uitgave van het Ministerie LNV.