Landschapsanalyse
Het gaat hier om projecten waarin op basis van een landschapsanalyse suggesties worden gedaan voor inrichting, herstel, reconstructie en/of beheer. Methodologische pijlers 1. Historische systeembenadering en veldwerk Onze analyse richt zich op de veranderingen die het landschap in de loop van de tijd heeft ondergaan door verschuiving in de aanpassing aan de abiotische omstandigheden. Het is een manier om het concept panarchie, het historisch bepaalde ineengrijpen van natuur- en sociale ecosystemen, te operationaliseren. Voor het in beeld brengen van de vroegere en actuele veldsituatie maken we gebruik van de ervaring die wij over een groot aantal jaren met onderzoek in binnen- en buitenland hebben opgebouwd. Bij ondervinding weten we dat elke situatie om maatwerk vraagt. Het veldwerk neemt in onze analyses een centrale plaats in. We doen dat daarom ook zelf.   2. Rangordemodel In onze landschapsanalysen komen alle aspecten van het landschap aan de orde, zoals uitgedrukt in het hiërarchische of rangordemodel. Dit model is door vdMaarel & Dauvellier 2) ontwikkeld als ecologisch model voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het heeft ruime bekendheid gekregen door het TNO duinenonderzoek van Bakker et al. 3) en door toepassing in andere natuurprojecten 4) Londo begint de behandeling van elk landschap in zijn boek over Natuurontwikkeling 5) met dit model.  Het rangordemodel maakt duidelijk dat een natuurlandschap het product is van klimaat, geologie, reliëf, water, bodem, vegetatie en fauna, en geeft tevens de afhankelijksheidsrelaties weer. De pijlen geven aan dat de invloed van de hogere componenten dominant is over die van de lagere, maar dat er feedback is van onderaf. De mens heeft van hoog tot laag in toenemende mate invloed op alle niveaus. Het rangordemodel kan als een uitwerking van de eerste laag van het het drie-lagenmodel van de Nota Ruimte 1) worden opgevat. Die eerste laag staat immers voor de dynamiek van geologie/bodem/water en van de ecologie. Het is de basis van de tweede laag, de verbindingen,en de derde laag, de occupatie. - Alle aspecten van het landschap, dus ook de geologie, de geomorfologie en de bodem hebben waarde voor de samenleving en dus ook voor de wetenschap. Deze opvatting van het begrip landschap heeft in meer dan één opzicht maatschappelijke betekenis: - Fysieke mogelijkheden en beperkingen stuurden het gebruik en sturen dat ook nu nog. - Rekening houden met de aardkundige basis bij inrichting en beheer als een fundament van onze samenleving geeft inhoud aan economische, ecologische en esthetische functies. - Slechts een klein deel van ons landschap heeft nog onaangetaste landvormen. Het zijn die delen van ons land die door recreanten worden gewaardeerd als wild en woest en oernatuur. Uitvoering Deze modellen zijn goed om de relatie in het landschap te begrijpen, maar zijn te beperkt voor een zinvolle landschapsanalyse. Vaak wordt vergeten dat het landschap ook lagen van heden en verleden heeft, Bij de landschapsanalyse spelen ook patronen in het landgebruik, groenstructuren, wegen en andere lijnvormige elementen een rol. Zij weerspiegelen de integratie van de cultuurhistorie met de abiotische aspecten. Een uitzondering hierop zijn de grote technische en infrastructurele werken, ook die uit het verleden zoals de droogmakerijen, kanalen, trekvaarten en gekanaliseerde beken. Met het toenemen van de rol van de techniek op de ruimtelijke inrichting werd de band met de ondergrond steeds losser. Nu telt bij inrichting steden, platteland en waterhuishouding de ondergrond vaak helemaal niet meer mee, hoewel dat verlies aan kwaliteit en economische waarde kan betekenen. Er kunnen problemen ontstaan met verdroging en verzakking die gemakkelijk vermeden hadden kunnen worden. Daarom is onderzoek aan de genese van het landschap en een geïntegreerde benadering met oog voor duurzaamheid, diversiteit en kwaliteit belangrijk voor een goed advies. Toepassing in planning, inrichting en beheer Deze toegepaste landschapsanalysen zijn gericht op het herstel of beheer van concrete objecten of terreinen. We brengen in beeld hoe landvormen, materialen, bodems, geomorfologische processen en landgebruik samenhangen en in de loop van de tijd zijn veranderd door natuurlijke omstandigheden en menselijk gebruik. Deze analyse maakt duidelijk wat de waarden van de elementen zijn, afzonderlijk en in onderlinge samenhang. Dit onderzoek mondt uit in adviezen voor herstel of reconstructie van de elementen, patronen en processen, met de randvoorwaarden die dit stelt aan nieuwe wijzen van inrichting en gebruik. Voorbeelden van projecten Stelling van Amsterdam  Project Stelling van Amsterdam, Herstel Landschapselementen, waarin wordt aangetoond dat de ontwerpers op geraffinneerde wijze gebruik maakten van de aardkundige eigenaardigheden van het terrein. Natuurontwikkeling Polder Dorpzicht, Texel  De kwelder tussen Texel en Eijerland waterde af op de Noordzee, op de plaats waar nu nog steeds de Slufter ligt. De oorsprong van de kreken is in de polder onder De Cocksdorp nog steeds op de luchtfoto en in het terrein terug te vinden. G&L heeft voor Staatsbosbeheer aangegeven, hoe het landschap van voor de aanleg van de stuifdijk in 1630 kan worden hersteld. Landschapsherstel Zuid Texel JAM van den Ancker & PD Jungerius, 2002, Tussen Clijf en Oude Hoorn. Herstel van een historisch landschap op Zuid Texel. In opdracht van de Vereniging voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer.  JAM van den Ancker & PD Jungerius, 2002, De omgeving van de Havensluis. Een voorstel voor herstel van uitgewiste landschapselementen op Zuid Texel. In opdracht van de Vereniging voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer.   Locaties van aanbevolen herstelprojecten Reconstructie van de vroegere Havensluis Groeve Goudsberg en Reindersmeer Advies ten aanzien van de aardkundige waarden van verschillende percelen in Handel 1) Nota Ruimte, ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Den Haag 2005. 2) Maarel, E. van der & P.L. Dauvellier, 1978. Naar een globaal ecologisch model voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. 2 Dln. Staatsuitgeverij, Den Haag. 3) Bakker, T.W.M., J.A. Klijn & F.J. van Zadelhoff, 1981. Nederlandse kustduinen – Landschapsecologie Pudoc, Wageningen. 4) Klijn, J.A., 1995. Hierarchical concepts in landscape ecology and its underlying disciplines. SC-DLO Report 100. Wageningen. 5) Londo, G., 1997. Natuurontwikkeling. Backhuys Publishers Leiden. |